Shoppen met één winkelwagen: Bloempotwebshop.nlKeukenwebshop.nl
  ZOEKEN
0 producten
€ 0,00
Bonen - Stamsnijbonen
 

Bonen - Stamsnijbonen

Bonen zijn een van de meest onmisbare groenten in de moestuin. Zelfgeteelde boontjes smaken heerlijk knapperig. Bonen houden erg van warmte, de tijd dat je ze in ons land kunt telen is dan ook relatief kort.

De boon behoort tot de familie van vlinderbloemen en heet officieel Phaseolus vulgaris. Behalve de pronkboon, die heet Phasolus coccineus. Typtisch voor de vlinderbloemenfamilie zijn de knobbeltjes aan de wortels, hierin slaat de boon stikstof op.

Admires, zonder draad

Rijkdragende boon met rechte bonen. Bestand tegen rolmozaikziekte en vlekkenziekte. 

Lage bonen worden 35 tot 50 centimeter hoog en worden ook wel struikbonen of stambonen genoemd. De opbrengst is ongeveer 12 kilo per 10 vierkante meter. Er zijn stamspeziebonen en stamsnijbonen en uiteraard de droogbonen. Het voordeel van lage bonen is dat ze snel groeien en dus snel geoogst kunnen worden. Het nadeel van deze lage bonen is dat ze zo dicht bij de grond groeien, bloeien en vrucht zetten dat ze in een natte zomer plat geregend worden of last krijgen van ziektes, schimmels en rotten.

Snijbonen worden vers gegeten, ze hebben grote lange vlezige peulen tot wel 30 centimeter lang en plat van vorm. Naast de bekende en meest geteelde stoksnijbonen zijn er ook stamsnijbonen, maar die zijn qua aantal beschikbare rassen duidelijk in de minderheid. Deze stamsnijbonen hebben een minder grote opbrengst en omdat de snijbonen zijn lang zijn hangen de peul vaak op de grond of vallen de planten om door het gewicht van de bonen. Op een natte grond geeft dit rotting.

Telen
Struikbonen worden in rijen geteeld en stokbonen aan stokken. Bijvoorbeeld bamboestokken maar ook een touw als leidraad kan voldoen. Bonen zijn zeer gevoelig voor nachtvorst en worden dus pas na 12 mei (IJsheiligen) buiten gezaaid of geplant. Er kan vroeger geplant worden door half april in platte bakken te zaaien, hetzelfde geldt voor de herfst. Half tot eind augustus kun je ze nog onder glas zaaien, met een mooie nazomer en begin van de herfst kan er dan nog later geoogst worden.

Rassen
Er bestaan ontzettend veel bonenrassen, het belangrijkste waar je op moet letten bij je keuze:
- Rassen met of zonder draad: sommige vaak oudere rassen hebben over de hele lengte van de peul een taaie draad die bij het koken niet zacht wordt
- Vroege of late rassen: kies vooral stokbonen voor zomerteelt, stambonen kunnen naast zomerteelt ook nog wat vroeger of later gezaaid worden
- Enkele of dubbele rassen: enkele rassen hebben een vrij platte vorm waarbij de zaden goed zichtbaar zijn. Dubbele rassen hebben juist een vlezige, ronde peul
- Peullengte: er zijn boontjes die slechts 10 tot 12 centimeter lang worden, maar ook boontjes die 20 tot 24 centimeter lang kunnen worden. Qua smaak geen verschil

Bodem en bemesten
Bonen groeien op de meeste grondsoorten, maar houden niet van zure grond. Ze groeien graag in de volle zon, op warme grond die niet te nat is. Vroege teelt is op zandgrond handig omdat zandgrond vrij droog is en snel opwarmt in het voorjaar.

Bonen zorgen zelf voor hun eigen stikstof doordat ze stikstof uit de lucht vastleggen in de wortelknobbeltjes (stikstofsynthese). Daarom hebben ze weinig bemesting nodig. Uiteraard wel de basisverzorging van stalmest in de winter onderspitten en wat koemestkorrels een paar weken voordat ze geplant worden.

Zaaien
Wanneer de bonen ter plaatse worden gezaaid moet er rekening gehouden worden met de vogels. Zij lusten graag de kiemende zaden, dek daarom af met vliesdoek of gaas. Bonen kunnen ook voor gezaaid worden, binnenshuis of in de kas. Vul de bak met 3/4 potgrond en 1/4 brekerzand. Leg de boontjes dan 5 bij elkaar op de aarde en druk ze 4 centimeter in de grond. Omdat bonenzaad snel rot krijgen ze na het zaaien maar 1x water. De gekiemde bonen kunnen met een schepje uit de grond gehaald worden en uitgeplant worden. Stambonen worden in een groepje van 5 bij elkaar, 15 tot 20 centimeter van elkaar gezaaid. Dan krijg je een mooie volle rij die voldoende licht, lucht en ruimte bevat voor de groei, bevruchting en oogst. Stokbonen worden met een onderlinge stokafstand van 60 centimeter, 4 tot 7 bonen per stok.

Wanneer stambonen of stokbonen buiten uitgeplant worden hebben ze het liefst al 4 blaadjes. Dan hoef je ze niet meer af te dekken voor de volgens omdat het lekkerste er dan al af is.

Naast de algemene zorgen zoals onkruid wieden moet er rekening mee gehouden worden dat bonen weinig water nodig hebben. Bij het planten wordt er water gegeven en daarna echt alleen bij droog weer. Stokbonen moeten soms geholpen worden bij de eerste draai om de stok heen, voor ze zelf gaan klimmen.

Oogsten en bewaren
Alle snijbonen, slabonen en pronkbonen worden jong en mals geplukt. Bij spekbonen wordt er gewacht tot de bonen rond zijn en je kunt voelen dat er boontjes in de peul zitten. In de zomer moet er zeker twee keer per week geplukt worden. Regelmatig plukken zorgt ook voor een langere en rijkere oogst. De geoogste bonen eet je het liefst op dezelfde dag, dan zijn ze het lekkerst. Maar ze kunnen ook een paar dagen op een koele plaats bewaard worden, de koelkast is net iets te koud. Snijbonen kunnen ook in stukjes gesneden rauw ingevroren worden. Sperziebonen invriezen is lastiger, ze worden er taai en waterig van.

Wanneer bonenplanten van het land gehaald wordt na de laatste oogst, is het handig om de wortels te laten zitten. De stikstof die dan opgeslagen is in de knobbeltjes van de wortels komt beschikbaar voor de volgende teelt. Tussen de rijen bonenwortels kan bijvoorbeeld sla of andijvie als nazomerteelt gezaaid worden.

  productinformatie
stel een vraag over dit product
mail dit product
zakelijke aankoop

Bonen - Stamsnijbonenzaden bestellen

Admires, zonder draad  
25 zaden50 zaden100 zaden  
€ 1,25€ 2,25€ 3,95Bestellen
Webwinkel keur